foto: meisjes voor het schoolbord in een grid van balletjes
Leer voor je leven

Begin bij het begin...

Gedragsverandering: Begin bij het begin

Gedragsverandering: waar begin je? Bij het begin! Zou mijn antwoord zijn. En hoe makkelijk het ook klinkt, dat is een hele uitdaging. Laat ik dus ook bij het begin beginnen.

Opvoeden een wezenlijk aspect van de school in de huidige maatschappij. En ik hoor sommigen al zeggen dat de school daar niet voor bedoeld is. Dat de opvoedingsverantwoordelijkheid bij de ouders ligt. Dat de school wordt opgezadeld met allerlei taken die de maatschappij zelf niet kan oplossen.

Laat ik ingaan op de oorzaken zoals ik ze zie voor de verschuiving die nu plaats vindt. Ik ging in het midden van de vorige eeuw als kind naar de Rooms-katholieke school. Dat was een gevolg van het feit dat mijn ouders Rooms-Katholiek waren en mij Rooms-Katholiek hadden laten dopen. Mijn vader was lid van de Rooms-katholieke vakbond. En wij kochten natuurlijk zoveel als mogelijk was onze levensmiddelen en kleding bij de katholieke middenstanders. De katholieken hadden net als andere levensovertuigingen hun eigen waarden. Die waren dan ook overal het zelfde. Maar ze weken af van de christelijken, de gereformeerden, de Nederlands hervormden en de andere geloofsrichtingen evenals de openbaren. Ik weet mij nog goed te herinneren dat de leerlingen van d ene school voortdurend strijd voerden met de kinderen van de andere scholen. Openbaar tegen katholiek en christelijk tegen gereformeerd enz.

Maar die verzuiling zoals wij die in die jaren kende is verdwenen (eerst langzaam en toen sneller). Met het verdwijnen van de verzuiling kwam ook de individualisering op gang. Families en buurten werden gekenmerkt door hechte banden, maar die vielen langzaam maar zeker weg. Die hechte banden zorgden ook voor de zogenaamde sociale controle.

Op het AVS (Algemene vereniging van schoolleiders) congres werd weer een oude slogan van stal gehaald: It needs a village to raise a child (daarmee de link naar de sociale controle). En in het verlengde daarvan sprak de voorzitter van de AVS de ware woorden: een leerling is de verantwoordelijkheid van de gehele school en niet van zijn of haar leerkracht alleen. Eens te meer een reden om als school na te denken over de eigen cultuurelementen.

Sociale controle is namelijk alleen mogelijk als de waarden van de cultuur bekend zijn. Het gezin, de buurt, de school, bij opa en oma, de voetbalclub etc . Het zijn allemaal culturen (in een engere zin). Maar al die culturen hebben kennelijk ook allemaal eigen waarden.

In veel cursussen en bijeenkomsten die over gedrag gaan, laat ik de deelnemers inzien dat sommige kinderen in (heel) veel culturen per dag kunnen verkeren. En elke keer moeten zij zich afvragen welke waarden daar gehanteerd worden. Maar als die waarden niet duidelijk zijn, niet zijn verteld en niet aangeleerd, dan staat het kind voor een onmogelijke opgave. Het kind heeft dan maar een paar mogelijkheden. Afwachten, afkijken, weggaan of je eigen hart volgen. Maar wat ze ook doen, vaak is het niet wat er verwacht wordt.

Bij het begin beginnen, betekent dan dat je als school/leerkracht  nadenkt over de waarden die je belangrijk vindt om over te dragen. Vanuit die waarden komt dan leerkracht gedrag naar voren en de te leren vaardigheden voor de leerlingen.

Als in de school alle leerkrachten volgens dezelfde waarden met leerlingen omgaan, als kinderen merken dat de school en de leerkrachten in elke groep hetzelfde zijn, dan is er sprake van herkenning. Wel dezelfde waarden, maar dat hoeft niet te betekenen dat je zelf geen kleur meer kan geven. Als wij in staat zijn om ouders te laten zien, horen, lezen, maar vooral ook ervaren welke waarden wij als school en leerkracht nastreven, dan kunnen ze daarvoor kiezen.

Sociale en emotionele ontwikkeling is een leerproces. Daarbij hebben ouders een opdracht en de school ook. De ouders thuis. De leerkracht op school. En in deze tijd van individualisering van de maatschappij zullen we dus meer aandacht moeten hebben voor dat leerproces. Ga er niet vanuit dat kinderen wel weten en kunnen wat je vraagt en verwacht.

Toen ik in de 70er jaren van de vorige eeuw als leerkracht werd geconfronteerd met samenwerken, vond ik dat een uitdaging. Ik vertelde mijn leerlingen dat ze voortaan niet meer alleen hoefden te werken (de koude kant van leren), maar dat ze dat samen mochten doen (het begin van de warme kant van leren). Maar ik kwam er al snel van terug. Het werkte niet. Ik legde de schuld bij de kinderen (extern attribueren) en begon er dus maar niet meer aan (alle kinderen zouden dat kunnen, maar die van mij niet).

Maar toen ik mij de vraag stelde: “hebben ze dat gedrag wel geleerd en hebben ze het ook van mij geleerd?” steeg mij het schaamrood naar de kaken. Ik had niet verteld welke vaardigheden en afspraken bij samenwerken hoorde. Ik heb het hen toen niet stap voor stap geleerd. Ik gaf hen de schuld, maar de oorzaak lag bij mij. Ik moets bekennen dat ik hen niet had opgevoed in die vaardigheden.

Later is het toch nog goed gekomen.

In verschillende cursussen komen deze elementen terug. Omgaan met gedragsproblemen, sociale en emotionele ontwikkeling, klassenmanagement, drukke kleuters, kinderen met ADHD, ODD en kinderen met een autisme stoornis. Maar ik zie ook veel mogelijkheden voor kinderen met faalangst en werkhoudingsproblemen.

Voorkomen is beter dan genezen. Dus begin bij het begin en voed je leerlingen met waarden (dat noem ik opvoeden).

Ik wens je een goed begin…

Deel deze pagina op Google Plus Deel deze pagina op LinkedIn