foto: meisjes voor het schoolbord in een grid van balletjes
Leer voor je leven

Gedragsverandering: Begrenzen of verwennen

De volgende stap: Begrenzen of Verwennen

Schreef ik de vorige keer dat je begint bij het vaststellen van de waarden die je wilt ontwikkelen bij kinderen waardoor het geweten wordt gevormd, deze keer wil ik inzoomen op het opvoedersgedrag gericht op jonge kinderen.

 

In het t.v. programma “Alles voor je kind”, kregen we te zien hoe sommige kinderen, kennelijk omdat ze verwend zijn/waren, gedragsproblemen lieten zien. Willem de Jong (het verwende kindsyndroom) nam ons mee en liet ons ervaren hoe de opvoeding thuis gestalte krijgt. In de zaal zaten leerkrachten die allemaal ervaringen hadden met gedrag dat zou kunnen worden toegeschreven aan dit fenomeen.

Verwennen werd in een breder perspectief geplaatst. Naast de zogenaamde materiële verwenfactoren, werden ook affectieve signalen besproken (vriendjes met je kind, conflicten voorkomen) en emotionele aspecten (machteloosheid, handelingsverlegenheid en schuldgevoel). Ik kwam tot een versterking van mijn gedachten: Verwennen mag (moet soms) zolang het maar situationeel blijft. Maar begrenzen is de kostbare opdracht daarbij.

In Pedagogiek in Praktijk (april 2013) schrijft Tom Kroon dat opvoeding vooral “disciplinering” is. Discipline omschrijft hij als “het volgen van..”. Wat betekent dat voor de opvoedende houding van de leerkrachten in het basisonderwijs? Moet daar ook gedisciplineerd worden? Het antwoord luidt volmondig: Ja!

Kinderen moeten vaardigheden leren, kinderen moeten bekend worden met de waarden van de gemeenschap waarin ze leven. In mijn vorige column heb ik geschreven dat kinderen met meerdere culturen te maken hebben, die allemaal hun eigen waarden hebben. Soms zit er ook herkenning in. Voorwaarde voor het aanleren van die vaardigheden en het verwerven van kennis en inzicht is een affectieve relatie met de volwassenen. Die affectieve relatie heeft het kind nodig. Het is voorwaarde voor het leerproces op langere termijn. Door een affectieve relatie ervaart het kind dat het als persoon wordt geaccepteerd, maar dat het gedrag soms wordt afgekeurd.

Belangrijke technieken voor de opvoeder zijn de non-verbale signalen: glimlachen, aai over de bol, dikke duim, knuffel, aanraken, maar ook boos kijken, handen wegduwen. Verbale signalen zijn vooral het benoemen van trots, blijdschap, compliment, het gewenste gedrag vertellen of verbieden, grommen, nee-nee, stop e.d.

Aanvankelijk is het aangeven van gewenst gedrag of het verbieden van ongewenst gedrag voldoende. Krijgt het kind langzaamaan inzicht dan is uitleggen, toelichten een volgende stap.jan_van_veen_in_actie_1_500

Voor de leerkrachten in de onderbouw betekent dit dat ze regels aanleren en deze ook consequent toepassen. Dat ze na verloop van tijd de regels en afspraken door de kinderen laat herhalen (dan wordt het van hen). Dat fouten worden hersteld en dat bij vergissingen er alleen maar aandacht is voor het gewenste gedrag (benoem dus niet wat er fout ging) en het opnieuw uitvoeren van de taak.

Dat de leerkracht emotioneel neutraal reageert als het kind regels en/of afspraken niet volgt. Dat de leerkracht oog heeft voor het leerproces van de leerling en dat de vaardigheden waarop zij een beroep doet door haar en haar collega’s moet worden aangeleerd. Ga er dus niet vanuit dat ze het al kunnen of weten. Bovendien is het belangrijk dat het kind het leert in de dagelijkse schoolsituatie. Voor kinderen is het belangrijk in routines te komen. Afwisseling is leuk, handig en uitdagend. Maar probeer binnen die variatie voor zoveel mogelijk eenvormigheid/herkenning te zorgen. Alle maandagen hetzelfde ritme. Dinsdag (enz.) hoeft niet hetzelfde te zijn als de maandag. Routines zorgen ervoor dat kinderen steeds meer zelfstandig worden. Ze kennen de regels en de grenzen en weten dat ze gewaardeerd worden als ze dat volhouden.column_jan_van_veen_begrenzen_of_verwennen_752

Maar kinderen zijn ook voortdurend in ontwikkeling en willen zichzelf ook graag exploreren. Waar liggen mijn grenzen? Wat kan ik wel, nog niet? En binnen die exploratie valt ook het opzoeken van de norm (de grens). Ik noem dat vaak grenszoekend gedrag. Daarin schuilt voor kinderen ook het vinden en gebruiken van de invloed. Wie kent dat niet: het kind dat stampvoet, dreint, huilt, gooit met spullen, omdat het graag iets gedaan wil krijgen. Hoewel het soms voelt als een aanval van het kind, moet dit verstaan worden als eigen onmacht. Jonge kinderen hebben nog (niet of) onvoldoende het vermogen zich te verplaatsen in de ander. Ze zijn uit op het bereiken van de eigen doelen. Maar hier schuilt wel een valkuil. Als opvoeders emotioneel geraakt worden, ziet het kind de verlegenheid van de ander en daardoor zal het gebruik maken van die onmacht van de opvoeder om nog net iets verder te gaan. Het voortdurend toegeven aan dat gedrag noemt Willem de Jong dan verwennen.

Leerkrachten verwennen ook. Als het kind net doet of het je niet gehoord heeft, vallen veel leerkrachten in de herhaling. Ik zie leerkrachten die voortdurend de regels en/of afspraken blijven herhalen. Ik zie leerkrachten die kinderen al heel snel helpen of laten helpen. Verwennen, toegeven ligt dus al heel snel op de loer. En als kinderen dat door hebben zullen ze nog meer proberen hun eigen invloed te gebruiken. Invloed uitoefenen is dan een waarde geworden. En jonge kinderen die al vroeg leren dat onderhandelen een waardevolle interventie is, zullen ook veel en vaak blijven strijden. En uiteindelijk krijgen er een aantal dan hun zin. Het gedrag wordt als dominant benoemd, opstandig, soms zelfs manipulatief. Maar het kind doet eigenlijk alleen wat het heeft geleerd.

Geef goede begeleiding en begrens liefdevol. Want als je weet waar de grenzen liggen dan heb je veel vrijheid en zekerheid. Mijn pedagogiekleraar heeft ons voortdurend verteld dat aan het begin van je werken met de groep de “teugels strak aangehaald” moeten zijn, om ze later te kunnen laten vieren. Disciplineer, breng kinderen in routines zodat je in een volgende fase het kind met een gerust hart kunt aanspreken op zelfsturing en zelfstandigheid.

Ik wens jullie fijne, gedisciplineerde leerlingen toe.

Deel deze pagina op Google Plus Deel deze pagina op LinkedIn